13
Jan
10

Nachtmerrie

“Gaat het?”
De dringendheid in haar stem verried dat het niet de eerste keer was dat ze het vroeg. Ik zat op de rand van het bed en mompelde gauw iets geruststellends terwijl ik me afvroeg waarom ik in godsnaam rechtop zat. Een fractie van een seconde eerder lag ik immers nog geheel volgens de regels horizontaal te dromen, een verhaal dat ik vergat zodra haar stem me wekte.

En nu zat ik ineens rechtop. Het kostte me een handvol trage seconden om me bewust te worden van plaats en tijd. Ik draaide me om, gaf haar een aai en zei dat ze maar weer moest gaan slapen. Het overkomt me immers wel vaker dat ik tijdens mijn slaap rechtop ga zitten en/of dingen ga roepen zonder dat ik me er nadien van bewust ben. Ik bleef nog even zitten en kroop opnieuw onder de wol.

Niet veel later was ik alweer verzonken in een nieuwe droom. Ik herinner me niet veel meer van de inhoudelijke details, enkel het einde staat me nog steeds helder voor de geest. Ik ben op een groot grasveld, waar nog een heleboel andere mensen zijn. Het is duidelijk zomer, want de zon schijnt fel en iedereen is licht gekleed. Veel mensen zien er uit alsof ze net zijn gaan zwemmen.

Ik hou een gasbusje vast, dat om de een of andere reden twee rubberen dingskes aan de zijkanten heeft. Omdat ik nu eenmaal een prutser ben, begin ik een van die dingskes los te wrikken met een mes. Zoals zo vaak in het leven boek ik succes, maar het rubbertje springt weg en vliegt door een opening in een hoog Heras-hek dat het grasveld lijkt af te bakenen.

Het gasbusje begint intussen vervaarlijk te sissen en terwijl ik het gat probeer af te dekken met mijn linker wijsvinger, schiet ik in paniek. Al het geluid klinkt ineens erg ver weg en alles gebeurt nu in slow motion, zoals in een spannende scène in een film.

Ik duik letterlijk naar het hek en probeer mijn vrije arm er onderdoor te steken. Aan de andere kant van de afrastering ligt echter een dik pak herfstbladeren, waardoor ik het rubberen dingske niet zie liggen. Ik begin wanhopig te woelen in het gebladerte en word al gauw geholpen door iemand die blijkbaar aan de andere kant van het hek geraakt is of daar al de hele tijd was.

Mijn linker wijsvinger probeert nog steeds tevergeefs het gat in het gasbusje af te dekken en het gesis van ontsnappend gas is het enige geluid dat ik helder hoor. Toch weet iemand anders mijn aandacht te trekken. Nog steeds wanhopig tastend kijk ik over mijn schouder en zie ik hem wijzen naar een grote vuilniszak in de verte.

Ondanks het feit dat ik niet kan horen wat hij zegt, weet ik meteen wat hij bedoelt: in die zak zitten de rubberen afsluitingen van andere, gebruikte gasbusjes. Ik krabbel recht en loop zo hard ik kan naar de vuilzak, met het gasbusje als een rugbybal tegen mijn linkerzij geklemd.

Naast de vuilzak staat een groot, kaalgeschoren buitenwipperstype iets op te rollen. Zodra hij binnen bereik is neem ik een tijgersprong en tackle ik de man en de vuilniszak als een volleerd rugbyspeler. Waarom? Geen idee.

Ik beland uiteindelijk op mijn rug, het gasbusje nog steeds tegen me aan geklemd. De paniek lijkt even verdwenen en de heldere blauwe lucht doet me glimlachen, terwijl ik de warme zonnestralen op mijn gezicht voel. Dan verschijnt ineens de razende tronie van de buitenwipper. Het laatste wat ik zie is zijn vuist die met een rotvaart op me afkomt.

Alles wordt zwart.

Even later hoor ik een paar stemmen van verrassend dichtbij. Eentje zegt iets als “oei, die zijn neus is er ook aan”. Ik probeer eraan te voelen, maar ik kan me niet bewegen. Toch heb ik het gevoel dat mijn neus enorm opgezwollen is, ook al zie ik nog steeds niets.

Terwijl ik wat bloed voel stromen langs mijn bovenlip, besef ik ineens dat ik niet kan ademen. Ik probeer eerst door mijn neus en dan door mijn mond, maar het lukt niet. Ik probeer steeds harder om afwisselend door mijn neus en mond in of uit te ademen, maar het baat niet. Het voelt aan alsof mijn neus vol snot zit, maar ik krijg er geen millimeter beweging in.

Mijn pogingen worden steeds wilder terwijl de paniek helemaal bezit van me neemt. Dat lijkt zo’n tiental seconden te duren en net voor ik lijk te stikken schiet ik wakker, helemaal buiten adem en met een hart dat bonst als een gabberplaat. In een reflex zuig ik meteen gulzig zuurstof binnen langs mijn neus en mond, als om te testen of alles wel helemaal in orde is.

Met mijn neus is niets aan de hand en ik kan ook gewoon zien, voor zover de nacht dat toelaat natuurlijk. Het paniekgevoel ebt langzaam weg, maar ik blijf toch een tijd rechtop zitten terwijl ik geconcentreerd ademhaal. Pas na een minuut of vijf durf ik opnieuw te gaan liggen, voorzichtig vechtend tegen de slaap. Het ochtendgloren is nog ver weg, maar ik ben klaarwakker.

Misschien toch teveel spaghetti gegeten gisterenavond?


2 Responses to “Nachtmerrie”


  1. donderdag 14 januari 2010 om 11:04

    Blijkbaar, al is het de eerste keer dat ik zoiets (bewust) meemaak. Eng, wel.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


RSS Funny Quote of the Day

  • P. J. O'Rourke
    "Everybody knows how to raise children, except the people who have them."

populair

die week in winamp

pagina’s

kalender

januari 2010
M D W D V Z Z
« Dec   Feb »
 123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728293031

%d bloggers op de volgende wijze: