04
Mrt
09

Bejaardenterreur

Als het van mij afhing, zouden oude mensen alleen nog ’s nachts mogen buitenkomen. Overdag lopen ze toch alleen maar in de weg. Bovendien zijn bejaarden ronduit onaangename mensen, die enkel rekening houden met zichzelf. En dan heb ik het nog niet eens over hun geur.

Wat mij het hardste stoort aan bejaarden, is hun neiging om alleen de deur uit te komen tijdens spitsmomenten, omdat ze dan ‘onder de mensen’ kunnen zijn. Dat ze ‘de mensen’ daarmee mateloos irriteren, komt niet in hen op. Integendeel: een gehaaste blik in hun richting is al genoeg om hen luidop te doen mopperen over de onbeleefde jeugd van tegenwoordig.

Die middag in de supermarkt
Gisteren was het weer van dat: bejaardenterreur all over the place. Omdat mijn middagpauze een uur duurt, maak ik daar graag gebruik van om mijn boodschappen te doen. Eerst een kwartiertje tot een halfuurtje mijn dagelijks brood naar binnen werken en daarna gauw gauw richting supermarkt, om net te laat terug te zijn op het werk. Ziedaar mijn routine.

Meestal verloopt alles mooi op schema, zo ook gisteren. Tot ik met mijn kar de winkel kwam binnengereden. Een paar meter voor mij schuifelde een oud dametje aan een slakkengang door de rayon. De gebogen schouders amper hoger dan het handvat van haar kar, de voeten besloft en het haar weggestopt onder een vakkundig geknoopte zakdoek deed ze langzaam haar boodschappen.

Op zich geen probleem, ware het niet dat ze in het midden van de gang reed, waardoor er noch links noch rechts ruimte was om voorbij te steken. Een vriendelijk “excuseer” van mijnentwege had niet het verhoopte effect. In plaats van opzij te gaan, hield het besje bij het horen van mijn donderende bas meteen stil.

Voor zover dat fysiek nog mogelijk was, draaide ze haar gezicht in mijn richting, in hetzelfde tempo als dat waarmee ze daarnet nog haar kar probeerde voort te duwen. Toen we eindelijk oogcontact hadden, herhaalde ik vriendelijk en met de glimlach mijn “excuseer” van daarnet, terwijl ik aangaf dat ik haar wilde passeren met mijn kar.

Haar mondhoeken gingen nog verder omlaag dan ze al hingen door het verloren gevecht met de zwaartekracht. Ze draaide haar hoofd voorzichtig zich terug naar zijn beginpositie en ging een paar meter verder aan de kant staan. Dat proces ging gepaard met nauwelijks verstaanbaar gemompel, maar ik verspilde geen tijd aan het ontcijferen ervan.

De dwarse kar
Gehaast vervolgde ik mijn weg en draaide aan het eerste kruispunt naar rechts, richting slagerij. Mijn hart sloeg een tel over toen ik halverwege de gang een bejaard koppel zag staan, maar gelukkig bleven ze netjes aan de rechterkant met hun kar. Tot op het moment dat ik hen voorbij wilde steken natuurlijk.

De vrouw, die duidelijk de –te hoog opgetrokken- broek droeg, had namelijk iets interessants zien liggen in de rechterrayon. Ze boog zich ernaartoe, maar bleef met haar linkerhand wel de kar vasthouden, waardoor die dwars over het gangpad kwam te staan. Haar man stond in het overblijvende gaatje wat dwaas voor zich uit te staren, tot hij geroepen werd door zijn eega.

“Seg Jos, zèn dees die koeken die da os Belinda zoe gere èt?”
“Nieje, zèn da nie die aander, die mee dieje sjokolat?”

Of Belinda hun kleindochter was dan wel hun hond, kon ik uit het gesprek niet opmaken. Dat interesseerde me ook niet, ik wilde er gewoon voorbij.  Jos negeerde mijn vragende blik en mijn strategisch geplaatste kar, slofte naar zijn wederhelft en wees de bewuste koeken aan in het rek.

“Da zèn toch de dees?”

De vrouw loste haar greep, zette haar bril op het puntje van haar neus en kwam kijken. De kar bleef uiteraard dwars over het gangpad staan. Omdat bejaarden 10 minuten naar koeken kunnen staren zonder een beslissing te nemen, besloot ik hun kar zelf te verzetten.

Toen ik terugwandelde naar mijn eigen exemplaar, keek de vrouw mij aan alsof ik ter plekke haar Belinda had gesodomiseerd. Ik wierp haar een blik toe die aangaf dat ik dat geen slecht idee zou vinden en werkte daarna in ijltempo mijn boodschappenronde af. Omdat ik per se aan de kassa met de knappe kassierster wilde aanschuiven verloor ik nog een paar minuten, maar verder verliep alles vlot. Tot ik de parking wou verlaten.

Opzij, opzij, opzij
Mijn wagen stond namelijk geparkeerd naast een SUV. U kent dat wel: verhoogde wagen van een luxemerk, meestal bestuurd door een blonde, zonnebankbruine vrouw van middelbare leeftijd, staat nooit binnen de lijnen geparkeerd, heeft geen werkende richtingaanwijzers, dat type. Met mijn bescheiden autootje zag ik natuurlijk geen hol meer, waardoor ik heel voorzichtig achteruit mijn plaats probeerde te verlaten zodat andere wagens tijdig op mijn maneuver zouden kunnen anticiperen.

Ik was er al zo goed als volledig uit, toen er een bejaarde vrouw kwam aangekard in haar aftandse Nissan Micra. Hoewel ze nog een meter of 20 van mij verwijderd was, begon ze driftig te toeteren. Dat bleef ze doen, toen ze op een paar centimeter van mijn wagen stopte.

Blijkbaar verwachtte ze dat ik snel terug in mijn parkeerplaats zou rijden, om haar door te laten. Zij is immers de hulpeloze bejaarde en ik de jonge kerel met veel tijd. Net zoals een gepensioneerde die tijdens de spits wat -gratis- met de bus gaat rijden voor de gezelligheid, maar wel van de moegezwoegde werkmens eist dat hij zijn plaats afstaat omdat die nog jonge benen heeft.

Omdat een oude taart tot bloedens toe afranselen op de parking van een grootwarenhuis sociaal nu eenmaal niet aanvaard is, bleef ik gewoon stilstaan. Ik keek de vrouw in haar van rimpels en boosheid vertrokken gezicht, glimlachte, wuifde, controleerde grondig of mijn gordel écht wel goed zat en mijn wagen écht wel in de eerste versnelling stond, zette de radio wat harder en terug wat stiller en reed dan in een rotvaart naar de uitrit van de parking.

Highway to hell
Daar draaide ik de stadsring op, een heerlijke tweevaksbaan in elke richting met een groene berm er tussen. Aan de eerste lichten maakte ik rechtsomkeer, omdat ik voor mijn werk nu eenmaal de andere kant uit moet. Tijdens het optrekken merkte ik dat de wagen voor mij verdacht snel dichterbij kwam. De half vergane nummerplaat met een vooroorlogse letter-cijfercombinatie erop en de oudemannenpet die net boven het stuur uitkwam leerden me waarom.

Ik zette mijn richtingaanwijzer aan en begaf me naar het linkervak. Omdat de bejaarde van het ene rijvak naar het andere zwalpte, liet ik me terugzakken naar 50 km/u en hield ik wat afstand in de hoop dat hij uiteindelijk rechts zou blijven rijden.

Ineens schoot hij zonder te pinken naar het linkerrijvak, waar hij tegen zo’n 45 km/u bleef doortuffen. Ik vermoedde dat hij aan de volgende lichten naar links moest en bang was dat hij anders niet meer zou kunnen voorsorteren. Ik zette me dus terug rechts, trok op naar de maximumsnelheid en haalde hem in.

Aan het rode licht kwam hij doodleuk terug naast mij staan. Hij moest dus helemaal niet links afslaan. Achter hem had zich intussen een hele sliert wagens gevormd. Het licht sprong op groen en toen ik honderd meter verder in mijn achteruitkijkspiegel keek, zag ik de oude knar nog steeds stilstaan.

Toen de opa eindelijk doorhad dat het licht op groen stond, waren de andere wagens hem al volop langs rechts aan het voorbijsteken, zonder uitzondering verkwistend gas gevend uit pure frustratie. En de bejaarde, hij bleef links rijden.

Ophokplicht
Ik was uiteindelijk bijna een half uur te laat terug op mijn werk, dankzij de arrogantie, het egoïsme en de onkunde van oude mensen, die niet de intelligentie hebben om hun ding te doen wanneer de werkmensch zijn brood aan het verdienen is.

Dus ik herhaal: laat oude mensen alleen nog ‘s nachts buitenkomen. Dat is niet alleen visueel veel interessanter, het zou ons ook een hoop stress besparen.


1 Response to “Bejaardenterreur”


  1. woensdag 4 maart 2009 om 18:52

    Man jij bent echt een zure appel! Maar ik erger mij ook steen en been aan bejaarden die ’s zaterdags voor mij aan de kassa staan en die klagen dat ze met hun ticketje van 5 euro niet in een piekuurtrein mogen zitten.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


RSS Funny Quote of the Day

  • P. J. O'Rourke
    "Everybody knows how to raise children, except the people who have them."

populair

die week in winamp

pagina’s

kalender

maart 2009
M D W D V Z Z
« Feb   Apr »
 1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
3031  

%d bloggers op de volgende wijze: